De prijsstijging van bestaande koopwoningen is in augustus verder afgezwakt. Tegelijkertijd werden er minder woningen verkocht dan een jaar eerder. De gemiddelde transactieprijs kwam uit boven de half miljoen euro.
Het CBS en het Kadaster melden dat bestaande koopwoningen in augustus gemiddeld 3,3% duurder waren dan een jaar eerder. Een maand eerder bedroeg de prijsstijging nog 3,9%. Ten opzichte van juli daalden de verkoopprijzen in augustus gemiddeld met 0,1%.
Prijsstijging loopt terug
De afvlakking van de prijsstijging zet daarmee door. In augustus 2025 waren bestaande koopwoningen nog 7,9% duurder dan een jaar eerder. Sindsdien is het verschil met een jaar eerder vrijwel iedere maand kleiner geworden, tot 3,3% in augustus 2026. De verkoopprijzen liggen daarmee nog wel 17,8% boven het niveau van juli 2022, toen de vorige piek werd bereikt. De cijfers laten dus vooral zien dat woningen nog steeds duurder worden, maar dat dit tempo duidelijk lager ligt dan een jaar geleden.
Minder transacties
Het aantal verkochte woningen nam in augustus af. Het Kadaster registreerde 18.886 transacties, bijna 3% minder dan in augustus 2025. Over de eerste acht maanden van dit jaar werden 156.028 bestaande koopwoningen verkocht: 4,2% meer dan in dezelfde periode vorig jaar. De gemiddelde transactieprijs kwam in augustus uit op € 503.523. Dat was in het tweede kwartaal gemiddeld € 490.000.
Prijzen boven vorige piek
Ondanks de afzwakkende prijsstijging liggen de verkoopprijzen nog altijd ruim boven het hoogste niveau van de vorige woningprijspiek. In augustus lagen ze 17,8% hoger dan in juli 2022, toen die vorige piek werd bereikt. Na de daling die volgde op die piek begonnen de prijzen vanaf juni 2023 weer te stijgen. Sindsdien is de prijsontwikkeling dus positief, al neemt het tempo waarin de prijzen stijgen inmiddels duidelijk af.
Meer woonruimte per persoon
Tegenover de ontwikkeling van de woningprijzen staat een andere verandering in de woningmarkt: Nederlanders hebben gemiddeld steeds meer woonruimte per persoon. Op 1 januari 2026 bedroeg de gemiddelde woonoppervlakte 55 vierkante meter per inwoner, ruim 2 vierkante meter meer dan tien jaar eerder. De ruimte per persoon verschilt wel sterk naar huishoudenstype: alleenstaanden hebben gemiddeld 87 vierkante meter tot hun beschikking, tegenover 40 vierkante meter bij huishoudens met kinderen. Ook regionaal zijn de verschillen groot: in Groot-Amsterdam gaat het om 43,5 vierkante meter per persoon, in Midden-Limburg om 69,8 vierkante meter.
Bron: Vastgoedactueel