Bouwrente komt in verschillende vormen voor en wordt fiscaal op verschillende manieren behandeld. Aan de hand van een voorbeeld wordt het begrip “bouwrente” en de verschillende vormen toegelicht.

In het voorbeeld gaan we uit van de volgende data:

– Er is op 1 maart 2011 gestart met de bouwwerkzaamheden van de nieuwbouw woning.|
– De woning wordt gekocht en de voorlopige koop- aannemingsovereenkost wordt getekend op 1 augustus 2011
– Op 1 oktober 2011 is de definitieve ondertekeneing van de hypotheekakte bij de notaris.
– De nieuwe woning wordt 1 december 2011 opgeleverd.

In de koopsom van de woning is een bedrag aan rente opgenomen van 1 maart tot 1 augustus. Die rente is verschuldigd aan de aannemer. Deze is op 1 maart begonnen met bouwen en heeft de grond van de gemeente moeten kopen.
Deze rente heet “bouwrente” en is fiscaal niet aftrekbaar.

Van 1 augustus tot 1 oktober is er ook rente verschuldigd aan de aannemer. Hij bouwt tenslotte door en moet de bouwmaterialen voorschieten. Zolang deze rekeningen niet betaald zijn, is er rente verschuldigd. Meestal wordt dit ook “bouwrente” genoemd. Deze rente is wel fiscaal aftrekbaar.

Na het passeren van de hypotheekakte op 1 oktober, kunnen de rekeningen uit de hypotheek betaald worden aan de aannemer. De rente wordt niet meer aan de aannemer betaald maar aan de hypotheekverstrekker. Deze rente is verschuldigd over het al opgenomen hypotheekbedrag. Voor deze rente gebruikt men de term “rente- of renteverlies tijdens de bouw”. Deze term wordt vaak verward met de term “bouwrente”. Rente tijdens de bouw is fiscaal aftrekbaar.

Om dubbele woonlasten te voorkomen kan er een extra bedrag worden meegefinancierd in de hypotheek. Uit dit zogenaamde “bouwrentedepot” wordt de rente tijdens de bouw voldaan. De rente over dit leningdeel in de hypotheek is fiscaal niet aftrekbaar.

Er vallen dus verschillende zaken onder de noemer “bouwrente”